23. En toen was daar de deurwaarder…

Een dag zoals een andere, maar dan beter: ik moest niet werken en was thuis op mijn gemak wat bezig. (Vul dat zelf maar in, mensen die mij niet kennen denken aan strijken en stofzuigen, mensen die mij wel kennen denken aan haken en tv kijken šŸ˜‰ ) En dan gaat plots de deurbel. Ik doe eigenlijk zelden de deur open omdat ik enorm bang ben aangelegd, ze zouden me maar eens weghalen haha! Maar deze keer was ik in een dappere bui en ging ik kijken wie er aan de deur stond…

De deurwaarder! In een fractie van een seconde flitsten alle rekeningen van de afgelopen tijd door mijn hoofd: Hypotheek betaald? Internet betaald? Gas en stroom? Ja toch? Toch? De man ziet waarschijnlijk de paniek in mijn ogen en zegt: “Geen zorgen, het isĀ voor de jeugdrechter.” Dat was inderdaad een opluchting, maar toch schaamde ik mij, want wat moesten de buren wel niet denken dat ik bezoek had van de deurwaarder? (Het stond immers op zijn voorhoofd geschreven dat dat zijn beroep was šŸ˜‰ ) Ik nam netjes de papieren aan, tekende voor ontvangst en ging terug naar binnen.

Toen dus weer terug in de paniekmodus: “Wat is er aan de hand? Moet Lotte terug naar huis? Is er iemand in haar familie die haar ‘op eist’?” Dan heb je dus 2 bundels van ieder 7Ā pagina’s in je handen, Ć©Ć©n voor Bert en Ć©Ć©n voor mij. Ik geraakte er natuurlijk niet veel wijs uit, maar wat wel duidelijk was, was dat zowel wij, de pleegouders, als Lotte haar ouders werden verwacht bij de jeugdrechter.

Ja, dit is absoluut het moeilijkste deel van pleegzorg: die onzekerheid! Ik ga er ondertussen steeds beter mee om hoor en ga voortaan van het positieve uit, maar dat was toen echt nog niet het geval.

Een maand later zijn Bert en ik weer onderweg naar Hasselt, naar de rechtbank. Ik kan je verzekeren dat het geen leuke rit was. Ik was gespannen en zat te mopperen dat Bert sneller moest rijden, en Bert joeg zich op zijn beurt weer op in mijn gedrag. We hadden er geen idee van wat ons te wachten stond en wisten Ć¼berhaupt niet waar we juist moesten zijn. We dedenĀ de ene trap na de andere (lang leve mijn goede conditie) terwijl we elkaar nog wat verwijten toeslingerden. “Als jij die sigaret niet zo nodig moest roken, waren we 5 minuten eerder hier geweest.” “Ja en als jij maar 1 keer in plaats van 3 keer naar de wc had gemoeten, hadden we nog een kwartier extra en had ik 2 sigaretten kunnen roken.”

We kwamen aan op de juiste plaats en daar stonden de pleegzorgbegeleidster en de begeleidster van de ouders al te wachten. Daar ging onze knop om: “Goeiemorgen! Viel het bij jullie ook zo goed mee op de baan?” šŸ˜‰ Ik deed alsof ik geen zenuwen had, maar niks was minder waar natuurlijk…

 

%d bloggers liken dit: